Erfelijkheid

Figuur 1. Juveniele maculadegeneratie: de ziekte van Stargardt. De kleine gele vlekjes zijn typisch. In het centrum van de macula is een groot geel litteken zichtbaar.

In Nederland lijden naar schatting 15.000 mensen aan oogziekten die een puur erfelijke oorzaak hebben. In veel gevallen leiden deze ziekten tot ernstige slechtziendheid of blindheid. Het gaat hier vooral om erfelijke degeneratie van het netvlies en om erfelijke oorzaken van glaucoom en het hoornvlies.

Onderzoek naar erfelijkheid

Tot 1990 wist men vrijwel niets over de erfelijke factoren, ofwel de genetische afwijkingen die hier aan ten grondslag lagen. Door wetenschappelijk onderzoek heeft men de laatste 20 jaar een groot aantal van de genetische oorzaken kunnen verklaren. Hierdoor is kennis ontstaan over de genetische oorzaak en het biochemische proces dat tot een ziekte leidt. Door middel van deze kennis kan betere en gerichte voorlichting gegeven worden over het beloop van de ziekte, en soms kunnen ook adviezen gegeven worden over beschermende maatregelen die het ziekteproces kunnen vertragen. Ook kan soms hulp geboden worden bij prenatale diagnostiek.

Figuur 2. Onderzoekers in het ‘Grading center’

Recent is er veel ontwikkeling in het onderzoek dat probeert om een therapie te vinden voor deze ernstige oogziekten. Dat is zeer ingewikkeld en kostbaar onderzoek. Een voorbeeld daarvan is gentherapie en stamcelonderzoek. De eerste successen zijn al geboekt! In de VS is men er in geslaagd om middels gentherapie kinderen die op zeer jonge leeftijd blind geworden waren weer iets te kunnen laten zien. Nu is er hoop dat voor meer erfelijke oogziekten in de komende jaren door wetenschappelijk onderzoek een behandeling gevonden kan worden.

Het onderzoek naar de behandeling van erfelijke oogziekten kent in het kort de volgende stappen:

  1. Bij patiënten met een erfelijke oogziekte het genetisch defect vinden. Dit kan in een aantal gevallen via beschikbaar laboratoriumonderzoek, maar in een aanzienlijk aantal gevallen moeten speciale onderzoeksprogramma’s opgezet worden om de genetische oorzaak te vinden.
  2. In proefdieren, bijvoorbeeld muizen, wordt de ziekte nagebootst. Dat wil zeggen dat het genetisch materiaal van de proefdieren zo wordt veranderd dat de oogziekte naar voren komt. De onderzoekers kunnen dan precies bestuderen wat de gevolgen in het oog zijn.
  3. Er wordt geprobeerd middels b.v. gentherapie de ziekte in de proefdieren te genezen óf zo goed mogelijk af te remmen. Als dit werkt en veilig lijkt te zijn, is deze fase afgesloten.
  4. In patiënten, die vrijwillig deelnemen, wordt onderzocht of de behandeling veilig is en of de dosering ook effectief is. Daarna volgt een fase waarin in een groter aantal patiënten gekeken wordt of de behandeling effectief is. Voorwaarde hiervoor is dat de onderzoekers nauwkeurig komen te weten hoe het beloop van de ziekte is. Anders kan niet worden vastgesteld of het proces afgeremd had kunnen worden.

De stappen 1 tot en met 4 kunnen wel 15 tot 20 jaar in beslag nemen. Mede omdat het onderzoek erg kostbaar is, wordt er in veel landen gezamenlijk aan dit onderzoek gewerkt. Gezamenlijke inspanningen voorkomen dat er verschillende onderzoeksgroepen met hetzelfde onderzoek bezig zijn. Integendeel, men probeert juist onderzoek te doen dat op elkaar aansluit.

Lopend onderzoek in Nederland

Ook in Nederland wordt aan delen van het onderzoek naar erfelijkheid gewerkt. Een drietal voorbeelden:

  1. De ziekte DCMD is een ernstige erfelijke netvliesziekte waarvan in Nederland ongeveer 80 patiënten betroffen zijn. Kinderen worden op jonge leeftijd al ernstig slechtziend door ophoping van vocht in het netvlies. Ondanks onderzoek in het verleden is het niet mogelijk gebleken om de erfelijke fout te traceren. Er wordt nu getracht door nieuwe onderzoeksmethodes toch deze fout te kunnen vinden. Zie ook onder fase 1 bij ‘Onderzoek naar erfelijkheid’.
  2. De ziekte van Stargardt is de meest voorkomende erfelijke vorm van degeneratie van de gele vlek (macula) in Nederland. Naar schatting zijn hier 1500 patiënten door getroffen. Tussen de leeftijden van 15 en 40 jaar worden de meeste patiënten ernstig slechtziend of vrijwel blind. Het genetische defect is bij de meeste patiënten bekend. Over het beloop van de ziekte is minder bekend, omdat er tot nu toe niets aan te doen was en de patiënten nadat eenmaal de diagnose gesteld was niet meer uitvoerig onderzocht zijn. Inmiddels zijn er proefdieren waarin de ziekte is nagebootst (fase 2 bij ‘Onderzoek naar erfelijkheid') en heeft men in de proefdieren gentherapie ontwikkeld die effectief is. In internationaal verband worden nu de eerste stappen gezet om deze behandeling in patiënten toe te passen. Op dit moment wordt alleen gekeken of de behandeling in mensen ook veilig is. Als dat zo is zal in patiënten de effectiviteit van deze behandeling bepaald moeten worden. In Nederland wordt nu nauwkeurig in kaart gebracht hoe de ziekte precies verloopt. Dit is nodig omdat anders niet vastgesteld kan worden of een behandeling het ziekteproces heeft afgeremd.
  3. Retinitis Pigmentosa (RP) is een algemene naam voor de erfelijke oogziekte die er voor zorgt dat patiënten door een degeneratie van het netvlies slechtziend of blind worden. Dit kan op zeer jonge leeftijd (onder de 10 jaar) of iets later gebeuren. Eigenlijk is het een verzameling van naar schatting 60 verschillende erfelijke oorzaken die uiteindelijk tot het zelfde ziektebeeld leiden.
    In Nederland zijn er ongeveer 5000 mensen met deze ziekte. Over de hele wereld wordt in onderzoeksgroepen gewerkt om een behandeling te vinden. Daarbij werkt iedere groep aan een andere genetische oorzaak. In Nederland wordt ook gewerkt om behandeling te vinden voor één van de 60 oorzaken. Daarnaast is Nederland het initiatief gestart om een landelijke database op te zetten, waarin de gegevens van alle patiënten worden verzameld (RP 5000 database). Indien er een therapie voor een bepaalde vorm in de toekomst ter beschikking komt kunnen patiënten die mogelijk in aanmerking komen dan gemakkelijk getraceerd worden.

Naar de toekomst toe

Er gebeurt heel veel onderzoek in de hele wereld om voor erfelijke blindheid een oplossing te vinden. Dit onderzoek kost bij elkaar vele tientallen miljoenen per jaar. De financiering is grotendeels afhankelijk van gelden uit stichtingen en fondsen. Nederland draagt ook zijn steentje bij aan dit onderzoek. De Nederlandse Oogonderzoek Stichting heeft zich – binnen het thema Erfelijkheid - tot doel gesteld om gelden te verzamelen voor met name de volgende onderzoeken:

  • Het zoeken naar de oorzaak van DCMD, anders is het niet mogelijk om verdere stappen te zetten naar het onderzoek naar een behandeling.
  • Onderzoek naar het beloop van de ziekte van Stargardt. Dit is nodig omdat er anders geen start gemaakt kan worden met de eerste onderzoeken van gentherapie in mensen.
  • Het in kaart brengen van alle patiënten met Retinitis Pigmentosa in Nederland.