Leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD)

Wat is leeftijdsgebonden maculadegeneratie?

Figuur 1. Anatomie van het oog met de lokalisatie van de retina en de macula.

Het netvlies (de retina) bevat de lichtgevoelige cellen van het oog en bekleedt de binnenzijde van de achterkant van het oog (zie Figuur 1). Maculadegeneratie is een aandoening van het centrale gedeelte van het netvlies, de gele vlek (macula lutea). De gele vlek is het middelpunt van het netvlies en heeft een doorsnede van ongeveer drie millimeter. In de macula bevindt zich het grootste aantal van het type lichtgevoelige cellen dat contrast en kleuren kan waarnemen: de kegeltjes. Dankzij de macula is het centrale, scherpe zien mogelijk. Het scherp zien is nodig bij onder meer lezen, tv kijken, autorijden, borduren en in het donker kijken.

Het overige deel van het netvlies zorgt voor het perifere zien, om het centrale zien heen, erboven, eronder en opzij ervan. Het beslaat een veel groter gebied van het gezichtsveld dan het centrale zien. Het perifere zien mist echter de scherpte van het centrale zien, maar is noodzakelijk om nergens tegenaan te lopen.

Figuur 2. Het zicht van een patiënt met LMD. Het kleurenzien is slecht en in het centrum bevindt zich een grote wazige vlek.

Maculadegeneratie ontstaat wanneer de kegeltjes in de macula afsterven. Dit veroorzaakt een achteruitgang of verlies van het gezichtsvermogen in het centrale, scherpe zien (zie Figuur 2). Hierdoor is het oog minder goed tot slecht in staat details en kleuren waar te nemen. Het perifere zien blijft in de meeste gevallen gespaard, zodat men in staat blijft om zijn weg in huis en daar buiten min of meer zelfstandig te vinden, ook al mist men dan scherpte. De aandoening treedt meestal op bij het ouder wordende oog. Vaak wordt maculadegeneratie ‘slijtage’ van het netvlies genoemd.

Er zijn twee vormen van leeftijdsgebonden maculadegeneratie:

Droge maculadegeneratie (‘droge’ LMD)

Figuur 3. ‘Droge’ maculadegeneratie. De fijne wit-gele vlekjes zijn drusen.

Deze vorm van maculadegeneratie begint als kleine bleekgele afzettingen, ’drusen’ genoemd, die zich beginnen op te hopen in de macula (zie Figuur 3). Het optreden van deze drusen gaat samen met vermindering van het aantal kegeltjes in de macula, waardoor het zien zal verslechteren. Dit is een sluipend en zéér langzaam verlopend proces, waarbij het vele jaren kan duren, voordat het zien achteruit gaat. Gewoonlijk zijn beide ogen min of meer gelijktijdig aangedaan. Het is bij de droge LMD belangrijk dat in de gaten wordt gehouden of er vertekening gaat optreden in de beelden van de omgeving zoals bijvoorbeeld een bocht in een raamkozijn of regel van een schrift. Dit kan wijzen op het ontstaan van de ernstiger vorm van LMD, namelijk de 'natte' vorm.

Natte maculadegeneratie (‘natte’ LMD)

Figuur 4. Een bloeding bij ‘natte’ maculadegeneratie.

Bij natte LMD verloopt het proces van slechter gaan zien veel sneller dan bij de droge LMD. De natte LMD ontstaat als er zeer kleine nieuwe bloedvaatjes achter de macula gaan groeien. Omdat de wanden van deze bloedvaatjes aangetast zijn, lekt bloedplasma wat aanleiding geeft tot een snelle en ernstige achteruitgang van het gezichtsvermogen (zie Figuur 4). Uiteindelijk ontstaat een litteken in de macula met verlies van het centrale zien. Natte LMD treedt vrijwel alleen op bij mensen die al droge LMD hebben. Het andere oog kan nog lange tijd redelijk goed blijven. Toch moet erop worden gerekend, dat vroeg of laat beide ogen kunnen worden getroffen.

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie is moeilijk te behandelen. Voor de “droge” vorm zijn op dit moment geen behandelingen mogelijk. Voor de ‘natte’ of exsudatieve vorm zijn er op dit moment enkele vormen van behandeling mogelijk. Zie de pagina Behandelingsmethodes LMD voor beknopte informatie.

Onderzoek naar ontstaan en preventie

LMD is de belangrijkste oorzaak van ernstige slechtziendheid en blindheid in Nederland. In Nederland zijn er ongeveer 100.000 mensen met deze ziekte ernstig slechtziend.
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat ouderen deze ziekte als één van de belangrijkste vormen van aantasting van hun kwaliteit van leven ervaren. Nog boven de vele vormen van kanker.
Met name door de vergrijzing zal LMD de komende jaren fors toenemen. De belangrijkste risicofactoren voor LMD zijn:

  • Erfelijke belasting c.q. risicofactoren
  • Leefgewoontes, met name roken.

In grote studies, waarin de leefgewoonten en het erfelijk materiaal (DNA) van duizenden mensen met LMD vergeleken is met dat van even oude mensen zonder LMD, is bewezen dat met name erfelijke factoren, maar ook leefgewoontes zoals roken en overgewicht essentiële risicofactoren vormen voor het ontstaan van deze ziekte. Vooral de erfelijke factoren zijn erg belangrijk.
Het onderzoek naar deze erfelijke factoren is erg complex. Op dit moment zijn er ongeveer 20 erfelijke factoren bekend die een verhoogd risico op het ontstaan van LMD veroorzaken.

Het is niet verwonderlijk dat door het feit dat erfelijke factoren een belangrijke rol spelen LMD vaak in families voorkomt.
Mensen met veel LMD in de familie vragen zich dan ook af:

  • Heb ik ook een verhoogd risico op het krijgen van LMD?
  • Kan ik iets doen om dat risico te verlagen?

In het verleden dacht men dat er aan erfelijke factoren niets te doen was, maar recent onderzoek heeft uitgewezen dat bepaalde voeding met veel antioxidanten het risico op LMD kan verlagen, ook in families met een hoge erfelijke belasting. Eerste onderzoeken worden nu gestart om uit te zoeken hoe het werkingsmechanisme is van deze antioxidanten en welke patiënten nu eigenlijk wel of niet hier iets aan hebben. Nederland is toonaangevend in het onderzoek naar erfelijke factoren die een hoog risico op LMD bepalen. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar voedingssupplementen die dit risico kunnen beïnvloeden.
Het onderzoek dat de Nederlandse Oogonderzoek Stichting op dit gebied steunt gaat dus vooral over:

  • Betere technieken ontwerpen om LMD te voorspellen.
  • Onderzoek naar preventieve maatregelen om het ontstaan van LMD te voorkomen.

Onderzoek naar effectievere behandeling

Sinds ongeveer 7 jaar is er een redelijk effectieve behandeling voor de meest agressieve vorm van maculadegeneratie. Uit eerder onderzoek is gebleken dat erfelijke factoren sterk bepalen of iemand goed of slecht reageert. Hopelijk kunnen we in de toekomst van te voren bepalen wat de beste behandeling is.

Het onderzoek dat de Nederlandse Oogonderzoek Stichting steunt gaat vooral over:

  • Betere technieken ontwerpen om de reactie op behandeling te kunnen voorspellen.